Dit blijkt uit het tweejaarlijkse instroomonderzoek dat bureau Ecorys heeft
verricht in opdracht van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Een
kwart van de oudere uitzendkrachten wil een tijdelijke baan en is niet op
zoek naar vast werk. Daarnaast blijkt dat een uitzendbaan voor werkzoekenden
die moeilijk werk kunnen vinden, steeds vaker een opstap is naar een vaste
baan.

In totaal zijn er 730 duizend uitzendkrachten, die 1,3 miljoen banen
vervullen. Ruim een derde vindt na de uitzendbaan vast werk. Ongeveer de
helft van hen komt in dienst bij een opdrachtgever.

Ruim 27 procent van de uitzendkrachten is afkomstig uit de groep
ouderen, etnische minderheden of uitkeringsgerechtigden. Volgens de ABU
toont de branche hiermee aan dat de uitzendsector in staat is een zeer grote
groep moeilijk bemiddelbaren aan het werk te helpen. In 2006 kregen 53
duizend van hen een vaste baan via het uitzendbureau.

"Het is echter niet te verwachten dat het hoge percentage moeilijk
bemiddelbaren zomaar doorgroeit in de komende jaren," stelt
ABU-directeur Aart van der Gaag. "Want met de dalende werkloosheid
komen we aan de ‘harde kern’ werklozen en zal er meer toerusting nodig zijn,
zoals loonkostensubsidies en fiscale maatregelen, om deze groep aan het werk
te krijgen."

Onder vrouwen is het aandeel 45-plussers hoger dan bij mannen. De onderzoekers
verwachten dat het daarbij vaak gaat om herintreders die via uitzendwerk de
arbeidsmarkt weer betreden.

De uitzendkracht is steeds beter opgeleid. In 2006 had bijna de helft
een mbo-opleiding afgerond. Ongeveer een kwart had een hbo- of universitaire
opleiding. In 1999 had nog maar 16 procent een opleiding op hbo-niveau of
hoger. Van de hele beroepsbevolking heeft een derde een hogere opleiding.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl